Het verhaal van Decugnano dei Barbi begint in de middeleeuwen, op de heuvels rond Orvieto in Umbrië. Al in 1212 wordt in documenten melding gemaakt van wijnbouw op deze plek. De wijngaarden behoorden destijds toe aan kerkelijke instellingen; priesters van Santa Maria di Decugnano produceerden er wijn voor religieus gebruik. Eeuwenlang bleef het landgoed in handen van de Kerk, een stille getuige van de diepgewortelde wijntraditie van Orvieto.
Na de eenwording van Italië in 1861 ging het domein over in particuliere handen. Toch raakte het in de loop der tijd in verval, tot het begin van een nieuw hoofdstuk in 1973. In dat jaar kocht de jonge wijnhandelaar Claudio Barbi het historische maar verwaarloosde landgoed. Gedreven door visie en respect voor het terroir besloot hij de oude wijngaarden nieuw leven in te blazen. Hij herplantte percelen, moderniseerde de kelder en bouwde aan een wijnhuis dat traditie en innovatie zou verbinden.
De eerste moderne wijnen verschenen in 1978. Naast een verfijnde Orvieto Classico introduceerde Claudio Barbi ook vernieuwende projecten. Zo produceerde hij een van de eerste Metodo Classico-schuimwijnen van Umbrië en ontwikkelde hij in 1981 een bijzondere zoete wijn op basis van edele rotting – een gedurfde stap die zijn reputatie als pionier bevestigde.
Het unieke karakter van Decugnano dei Barbi is onlosmakelijk verbonden met zijn terroir. De wijngaarden liggen op circa 320 meter hoogte, op bodems van mariene oorsprong uit het Plioceen, rijk aan fossiele schelpen en mineralen. Deze ondergrond geeft de wijnen hun kenmerkende frisheid en mineraliteit, een echo van een oeroude zee die hier ooit lag.
Vandaag wordt het domein geleid door Enzo Barbi, die de filosofie van zijn vader voortzet. Onder zijn leiding blijft Decugnano dei Barbi trouw aan zijn geschiedenis, terwijl het tegelijk vooruitkijkt. Zo vormt het wijnhuis een brug tussen acht eeuwen traditie en hedendaagse verfijning – een levend stuk Umbrië waar verleden en toekomst samenkomen in het glas.